In het eerste gedeelte van de zitting staat een tweetal vragen centraal: (1) waarom heeft de Afdeling het de ongeveer twintig belangstellenden die de zitting via een videoverbinding hadden zullen volgen, onder wie een aantal cliënten van onze huisjurist, op het laatste moment onmogelijk gemaakt om de zitting langs die weg bij te wonen? en (2) waarom heeft staatsraad Maarten den Heyer, die werkzaam is bij de wederpartij van een van die cliënten, zich niet teruggetrokken uit deze zaak? Voorzitter Conny van Altena weigert echter om die vragen te beantwoorden. Wel belooft zij dat de zaak zorgvuldig en inhoudelijk zal worden behandeld.
Na een eerste schorsing mogen beide partijen een pleitnota voordragen. Anders dan de jurist van Stichting de Verbeelding vinden de gemachtigden van de Nationale ombudsman, mr. L. (Leon) Scheppink en mr. K. (Karin) Vaalburg, het echter niet nodig om van die gelegenheid gebruik te maken. Daarna is het de beurt aan rapporteur Kees Bangma, die een aantal vragen blijkt te hebben voorbereid. Hij vergeet daarbij echter om de heer Scheppink en mevrouw Vaalburg ook maar de geringste kritische vraag te stellen. Bovendien heeft hij in het geheel geen vragen over het misbruik van recht – de kern van de zaak – en al evenmin over de volstrekt ontoelaatbare procesbeslissingen waarmee de rechtbank de heer Van Zutphen indertijd had bevoordeeld. Wat overblijft is een aantal irrelevante vragen. Ook mevrouw Van Altena vervolgens komt haar belofte niet na. Zij weigert om het te hebben over de leugens die de heer Scheppink en mevrouw Vaalburg hadden opgenomen in het verweerschrift dat zij op het laatste moment hadden ingediend, zij weigert om in te gaan op de absurde onzin waarmee de rechtbank het misbruikverhaal bij elkaar heeft gelogen en zij weigert om ook maar enige ruimte te bieden voor een debat over de feiten. Vervolgens valt zij helemaal door de mand wanneer blijkt dat er niets is gedaan met een brief op basis waarvan zij op een heel eenvoudige manier had kunnen vaststellen dat het misbruikverhaal van de rechtbank op drijfzand is gebaseerd. De zaak is daarmee duidelijk. Mevrouw Van Altena en de heren Bangma en Den Heyer zijn er, net als eerder de heer Kleijn, slechts op uit om de heer Van Zutphen de hand boven het hoofd te houden. Het gaat hen niet om de feiten, maar om het onder het tapijt vegen van deze zaak. Liefst met zo min mogelijk publiek en zonder enige aandacht van de media.
Na de tweede schorsing zit de zitting er al spoedig op. De behandeling is uitgelopen op een complete farce. Hoe de uitspraak zal luiden die te zijner tijd wordt gedaan laat zich dan ook raden.